Na een intense week met een dubbele confrontatie tegen Antwerp kregen de spelers maandag en dinsdag twee dagen rust. Een welgekomen adempauze, vertelde Bonsu Baah op de wekelijkse persconferentie: “Het deed deugd om de hoofden even leeg te maken. Woensdag keerden we met frisse energie terug en voerden we in de kleedkamer nog enkele goede gesprekken. Sindsdien ligt de focus volledig op zaterdag. Iedereen gelooft nog in zichzelf en de kwaliteiten van het team.”

Na een moeilijke periode sloeg ook Fink afgelopen week de bladzijde om. Na enkele goede groepsgesprekken kijkt hij enkel nog vooruit: "Weet je, in een goed team is de manager verantwoordelijk voor zijn spelers. In een geweldig team zijn de spelers verantwoordelijk voor elkaar", aldus Fink.

Zaterdag om 20.45 trekken onze jongens naar het Dudenpark voor een duel tegen Union SG. Thorsten Fink beseft het belang van de wedstrijd, maar houdt het hoofd koel: “In de laatste paar wedstrijden zat het verschil vooral in de details. Ik kan mijn spelers weinig verwijten. Als we ons eigen spel spelen en vol overgave de duels aangaan, zijn we zeker sterk genoeg om hen te verslaan.”

Aan de aanpak zal weinig worden gesleuteld: “Natuurlijk passen we ons een klein beetje aan het spel van Union SG aan, maar aan de basis wil ik weinig veranderen: veel bewegen, elkaar helpen en vertrouwen op onze eigen kwaliteiten. We hebben ook geleerd uit de heenmatch en zullen er alles aan doen om het deze keer in ons voordeel te laten kantelen.”

Over de tegenstander wilde de coach weinig kwijt. Al benadrukte hij wel dat de druk vooral bij de thuisploeg ligt: “Zij moeten winnen om opnieuw over Club Brugge te springen. Doen ze dat niet, dan hebben ze hun lot niet meer in eigen handen. Wij daarentegen hebben niets meer te verliezen en gaan volle gas vooruit.”

“Als we de wedstrijd winnen, geven we onszelf de kans om volgende week opnieuw aan kop van het klassement te komen. Dat is een extra grote motivatie. We hebben alles in eigen handen, maar blijven het wedstrijd per wedstrijd bekijken. Het geloof in de groep is nog steeds erg aanwezig en dat nemen we mee naar Brussel.”